Cochlea en het orgaan van Corti

     

De cochlea is het benige slakkenhuis. In dit benige kanaal ligt de ductus cochlearis van het vliezige labyrinth . De lamina spiralis is een dunne, deels benige, deels membraneuze plaat die de cochlea in de lengte in twee compartimenten verdeelt. Deze twee compartimenten heten respectievelijk de scala vestibuli (de opstijgende trap van de cochlea) en de scala tympani (de afdalende trap van de cochlea). De scala vestibuli is een voortzetting van het vestibulum. Aan de top van de cochlea houdt de lamina spiralis op en is er een overgang, het helicotrema, van de scala vestibuli naar de scala tympani.

De scala tympani eindigt tegen het ronde venster (de fenestra cochleae). Het ronde venster is afgesloten door een membraan waarachter zich het cavum tympani bevindt.

De ductus cochlearis van het vliezige labyrinth ligt in de scala vestibuli, en eindigt blind ter hoogte van het helicotrema. Merk op dat deze gang endolymfe bevat, terwijl de scala vestibuli en de scala tympani perilymfe bevatten.

De lamina spiralis bestaat uit een benig gedeelte (de lamina spiralis ossea) en een vliezig gedeelte dat onder het orgaan van Corti ligt (de lamina spiralis membranacea = membrana basilaris). Het membraneuze gedeelte van de lamina spiralis wordt in verhouding met het benige gedeelte breder naar het helicotrema toe.

De ductus cochlearis ligt in de scala vestibuli en is driehoekig in doorsnede. De drie wanden hebben elk een eigen naam:

mediale wand: membrana vestibularis van Reissner.
laterale wand: stria vascularis.
onderwand: orgaan van Corti. De onderwand is vastgehecht op de pars membranacea van de lamina spiralis.

Op de volgende pagina vindt u informatie over de mikroskopische bouw van het orgaan van Corti.