Wanden van het cavum tympani

     

 
Het cavum tympani heeft vier wanden: lateraal, anterior, mediaal, en posterior. Verder heeft het een dak en een bodem.
1. Laterale wand: paries membranaceus. Deze wand wordt voor het grootste gedeelte ingenomen door de membrana tympani (het trommelvlies).
2. Anteriore wand: paries caroticus. Het cavum tympani is door een dunne botlamel gescheiden van de a. carotis interna. Er is maar één opening in deze wand: het ostium tympanicum van de tuba auditiva. Deze opening bevindt zich enigszins boven de bodem van het cavum tympani.
3. Mediale wand: paries labyrinthicus. Hieraan kunnen onderscheiden worden, van boven naar beneden, de prominentie van de canalis semicircularis lateralis, de prominentie van de canalis facialis, de fenestra vestibuli (het ovale venster), het promontorium (de prominentie van de basale winding van de cochlea), en de fenestra cochleae (het ronde venster).
De mediale wand van het cavum tympani heeft een nauwe relatie met de n. facialis (nVII). Aan het verloop van de n. facialis door het os temporale kunnen drie delen worden onderscheiden. Dit onderscheid is gebaseerd op het feit dat de n. facialis in zijn traject in het os temporale tweemaal een hoek van 90o maakt: eerst een hoek in het transversale vlak, en vervolgens een hoek in het frontale vlak.
Eerste, horizontale deel: in de meatus acusticus internus. In dit deel loopt de zenuw samen met de n. vestibulocochlearis (nVIII) en de a. labyrinthi.
Tweede, horizontale deel: in de paries labyrinthicus van het cavum tympani. De zenuw is in dit deel gelegen in een nauw, benig kanaal, de canalis facialis). Op de grens van het eerste en tweede deel bevindt zich het (sensibele) ganglion geniculi (geniculum = knik of knie).
Derde, verticale deel: dit is ook een nauw, benig kanaal, de canalis facialis, dat eindigt in het foramen stylomastoideum.
4. Posteriore wand: paries mastoideus. Hoog hierin bevindt zich de aditus ad antrum mastoideum. Deze opening geeft, zoals de naam zegt, toegang tot het antrum mastoideum (is reeds ontwikkeld bij de geboorte). Het antrum zet zich voor in de cellulae mastoideae bijholten in het os mastoideum; deze ontwikkelen zich vanaf het tweede levensjaar en verder vooral in puberteit). De cellulae hebben een nauwe relatie tot de veneuze sinus sigmoideus en het cerebellum.
5. Dak: paries tegmentalis of tegmen tympani (craniale begrenzing).
6. Bodem: paries jugularis. De bodem van het cavum tympani heeft een nauwe relatie met de v. jugularis interna. De zenuw die de sensibele innervatie verzorgt van de slijmvliezen van het middenoor (n. tympanicus, tak van de n. glossopharyngeus, nIX), komt het cavum tympani binnen via een opening in de bodem.