Ontwikkeling van het vliezige labyrinth (binnenoor)  

Reeds in een vroeg embryonaal stadium (derde-vierde week) begint de ontwikkeling van het gehoororgaan en het evenwichtszintuig. Deze ontwikkeling is symmetrisch, dat wil zeggen, gelijktijdig aan beide zijden van het kopgebied. Terwijl aan de buitenzijde van het kopgebied de eerste kieuwspleet naar mediaal invagineert en de eerste kieuwzak ontstaat als een laterale evaginatie van de voordarm, ontwikkelt zich dorsaal in het kopectoderm een verdikking, ter hoogte van het rhombencephalon. Deze ectodermale verdikking wordt de labyrinthplacode genoemd.
De ontwikkeling van de 1e kieuwspleet en -zak vindt u op de pagina over de ontwikkeling van het middenoor
Door relatief snellere groei van het omringende ectoderm komt de bodem van de labyrinthplacode diep te liggen en snoert zich af van het ectoderm. Deze afsnoering wordt het labyrinthblaasje (de otocyst) genoemd. Het ventrale gedeelte van het labyrinthblaasje ontwikkelt zich tot de sacculus en de ductus cochlearis (onderste figuur), en het het dorsale gedeelte ontwikkelt zich tot de utriculus, de halfcirkelvormige kanalen en de ductus endolymphaticus. Om deze structuren heen concentreert zich mesenchym. Dit vormt eerst kraakbeen dat later verbeent tot het benige labyrinth.