Ontwikkeling van de gehoorbeentjes    

De gehoorbeentjes ontwikkelen zich uit verdichtingen van het mesenchym dat naast de eerste kieuwzak is gelegen. Pas nadat ze zijn gevormd worden de gehoorbeentjes opgenomen in het cavum tympani
De eerste kieuwzak wordt craniaal begrensd door het mesenchym van de eerste kieuwboog, en caudaal door het mesenchym van de tweede kieuwboog. Uit het mesenchym van de eerste kieuwboog ontstaan de malleus en de incus.
Uit de tweede kieuwboog ontstaat de stapes.

  In de ontwikkeling vergroot het cavum tympani zich zodanig ten koste van het omringende mesenchym dat de gehoorbeentjes in het cavum komen te liggen en bekleed worden met dezelfde epitheliale laag als die van het cavum tympani. Deze onstaanswijze verklaart waarom de epitheliale bekleding van het middenoor, inclusief die van de gehoorbeentjes (groene stippellijn), sensibel wordt geinnerveerd door een hersenzenuw die ook de slijmvliezen van de pharynx innerveert (n. glossopharyngeus, nIX).

Aan de malleus en de stapes hechten spiertjes vast. Deze spiertjes zijn afkomstig uit het mesenchym van de kieuwboog waarin het betreffende gehoorbeentje is ontstaan; ze worden ge´nnerveerd door de branchiomotorische hersenzenuw van die kieuwboog.

De m. tensor tympani, die vasthecht aan de malleus, wordt geinnerveerd door een takje van de n. trigeminus (nV; eerste kieuwboog).
De m. stapedius, die vasthecht aan de stapes, wordt geinnerveerd door de n. facialis (n. VII; tweede kieuwboog).