Links en rechts bevinden zich drie speekselklieren: glandula parotidea, glandula submandibularis, glandula sublingualis.

De glandula parotidea bevindt zich in een fascie samen met de m. masseter (fascia parotideomasseterica). Vaak continueert het klierweefsel om de achterrand van de ramus van de mandibula tot in de fossa infratemporalis. De afvoergang (ductus parotideus) loopt aan de buitenkant van de m. masseter (vrij gemakkelijk te palperen) en doorboort de m. buccinator ter hoogte van M2 van de bovenste rij gebitselementen. Autonome innervatie: n. IX; postganglionaire vezels uit het ggl. oticum.

De glandula submndibularis bevindt zich onder de mondbodem in de fossa submandibularis. De afvoergang ( ductus submanibularis) heeft de vorm vane en wandelstok: ze buigt om de achterrand van de m. mylohyoideus heen emn verloopt dan op de binnenzijde van de m. mylohyoideus naar voor. uitmonding is bliateraal aan de apicale tongbasis op een verheffing (caruncula), pal naast het frenulum (tongriem). Autonome innervatie: n. VII (vezels lopen mee met de chorda tympani, postganglionaire vezels uit het ggl. submandibulare).

De glandula sublingualis is een feite een serie speekselkliertjes onder het slijmvlies van de paralinguale groeven, dus aan de binnezijde van de m. mylohyoideus. Deze kliertjes hebben afzonderlijke afvoergangen. Alleen de allervoorste kliertjes monden uit op het distale gedeelte van de d. submanidibularis. Autonome innervatie: n. VII (vezels lopen mee met de chorda tympani; postganglionaire vezels uit het ggl. submandibulare).